Niet langer van toepassing, valt weg op 1 januari 2024.
Auteursvergoeding
Let op: wij zitten op heden (anno 2023) in een 'uitdoofscenario' wat betreft de auteursvergoeding. Indien deze wettelijke hervorming volledig rond is, kunnen wij dit onderwerp herwerken.
Recap: de personenbelasting
Eerst, vooraleer we verder gaan, wat achtergrondinfo over de personenbelasting. Die bestaat uit 4 luiken.
Voor natuurlijke personen hebben we 4 categorieën van belastbare inkomsten: - De belangrijkste categorie is die van de beroepsinkomsten. Hieronder valt het geld dat je verdient door het werk dat je op dagelijkse basis recurrent doet. - Inkomsten van onroerende goederen, zoals de huurinkomsten wanneer je een huis verhuurt. - Inkomsten van roerende goederen en kapitalen, zoals intresten bij de bank en ook de auteursvergoeding waar we het hier over gaan hebben - Diverse inkomsten. Dingen die je doet die niet gerelateerd zijn aan je beroepsactiviteit.
Opmerking: bij bedrijven (vennootschapsbelasting) bestaat dat onderscheid niet en worden alle inkomsten geacht beroepsinkomsten te zijn. Als gevolg bestaat dit fiscaal gunstregime niet voor bedrijven. Bedrijven kunnen intellectuele eigendomsrechten verkopen, maar dat valt onder beroepsinkomsten en de gewone vennootschapsbelasting is dus van toepassing. Dat wil ook zeggen dat enkel natuurlijke personen kwalificeren voor het fiscale gunstregime van de auteursvergoeding.
Een fiscaal gunstregime
In België ligt de belastingsdruk heel hoog. We vallen heel snel in de hoogste categorie van belastingen, en worden dan meer dan 50% belast op beroepsinkomsten. Moest je hieraan twijfelen, stel dat wij 100 euro opslag geven en je zit in de hoogste looncategorie, dan houden jullie hiervan 27 euro over. De “net cost ratio” hier is 27%.
Nu in andere landen lossen ze die hoge belastingdruk op door dat percentage te laten zakken, bij ons lossen ze dat op door fiscale gunstregimes te introduceren die bepaalde sectoren of doelgroepen, die men wil gaan stimuleren, gaan targetten. Eén van die doelgroepen is onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Auteursvergoedingen is één van de vele fiscale gunstregimes voor creatieve en innovatieve bedrijven.
| Loonkost | € 100 | |
|---|---|---|
| - Werkgever RSZ | 33% | - € 33 |
| Brutoloon | € 67 | |
| - Werknemer RSZ | 13,07% | - € 8,76 |
| Brutoloon na RSZ | € 58,24 | |
| - Bedrijfsvoorheffing | 53,5% | - € 31,16 |
| Netto | € 27,08 |
De auteursvergoeding is een systeem dat enorm aan populariteit wint en is al meermaals verschenen als “fiscale ontsnappingsroute” in de pers. Daarom wil ik hier toch even ingaan op dit alles en iedere Codifly'er correct informeren. Ik kan alvast zeggen dat zolang het systeem correct wordt toegepast, er geen enkel probleem is. Anderzijds wordt het echter vaak niet goed toegepast, is men juridisch niet in orde, etc.
Hoe werkt het? Ten eerste, auteursvergoedingen zijn net als beroepsinkomsten onderworpen aan sociale bijdragen.
Maar in plaats van bedrijfsvoorheffing betalen we roerende voorheffing. Normaal is het percentage voor RV 30%, zoals bij bijvoorbeeld dividenden, maar bij de kwalificatie auteursrechten is een voordelig vlak tarief van 15% van toepassing. Er is daarnaast een kostenforfait van 50% van toepassing. De idee hier is dat men verwacht dat je geacht wordt kosten te maken, die je niet moet bewijzen, om de auteursrechten te verkrijgen. Daar bestaat een tabel van, maar het komt neer op: tot de eerste 16000 euro auteursvergoeding is een riante kostenforfait van 50% van toepassing. Dit brengt voor die schijf het percentage van de roerende voorheffing op 7,5%.
Dus in realiteit betalen we RSZ en 7,5% roerende voorheffing.
Hieronder de berekening zoals voorheen, maar dan bij toepassing van het fiscale gunstregime van de auteursvergoeding. In plaats van bedrijfsvoorheffing betalen we nu roerende voorheffing, aan 7,5% in plaats van 53% aan bedrijfsvoorheffing. De net cost ratio is nu niet 27% zoals in mijn eerder voorbeeld, maar 53,87%. Dat is een verdubbeling.
| Loonkost | € 100 | |
|---|---|---|
| - Werkgever RSZ | 33% | - € 33 |
| Brutoloon | € 67 | |
| - Werknemer RSZ | 13,07% | - € 8,76 |
| Brutoloon na RSZ | € 58,24 | |
| - Roerende voorheffing | 7,5% | - € 4,37 |
| Netto | € 53,87 |
Wat zegt de wet?
Vooraleer verder te gaan, laat ons even stilstaan bij het wettelijk kader.
Om tot auteursvergoedingen te komen, moeten we eerst kijken naar “auteursrechtelijk beschermde werken”.
Bescherming van auteursrechtelijk beschermde werken dateert van de Conventie van Bern uit de 19de eeuw. Sindsdien is dat ge-update met de komst van software, etc. Het Wetboek Economisch Recht bevat momenteel een beschrijving van alles wat valt onder auteursrechtelijk beschermd werk.
Ik ga niet in op de details maar de essentie is: het moet een origineel idee zijn en het moet veruitwendigd zijn. Het moet écht uitgewerkt zijn, bijvoorbeeld neergeschreven of op een harde schijf. Computerprogramma’s inclusief het voorbereidend werk vallen daar zeker onder. Waar discussie kan ontstaan met de fiscale praktijk is bugfixing, support en configuratie van software. In dergelijke gevallen is het dus wat grijze zone.
Nu we weten wat "auteursrechtelijk beschermde werken" zijn, kunnen we kijken naar de auteursvergoedingen die we daarvoor kunnen uitkeren.
Vergoedingen uit auteursrechten bestaan al lang maar er was geen heel duidelijk wettelijk kader rond. Het huidige fiscale kader is ontstaan in de wet van 16 juli 2008. Kortom: het WER zegt wat beschermd is, de wet van 2008 legt uit wat de fiscale behandeling is ervan.
De wet was oorspronkelijk bedoeld voor bijvoorbeeld kunstenaars en artiesten. Maar omdat de wet van het WER dermate ruim geschreven is dat ook andere beroepsgroepen eronder vallen, maken sinds de introductie steeds meer mensen er gebruik van.
Wat zegt de fiscale praktijk?
We kunnen niet heel het beroepsinkomen in een auteursvergoeding veranderen. De fiscale praktijk legt beperkingen op. Sinds 2008 is er veel veranderd in de praktijk, maar het wettelijk kader uit voorgaande paragraaf bleef ongewijzigd. Alle veranderingen betreffen dus interpretatie van de wetteksten en praktijken van de rulingcommissie en de controlepraktijk. Laat ons eens kijken naar de huidige stand van zaken wat betreft de praktijk.
Het huidige systeem is dat van de financiële enveloppe, zijnde de som van je beroepsinkomen en je auteursvergoeding (en ook het vakantiegeld en de eindejaarspremie). Daarvan mag maximum 25% ingevuld worden met een auteursvergoeding.
Natuurlijk, niet alles wat je doet is creatieve tijdsbesteding. In de praktijk, zelf voor pure programmeurs, aanvaardt de fiscus niet dat je 100% aan creatieve tijdsbesteding doet. Want, plaspauzes bestaan en je moet je uren registreren. 90% is op dit moment verdedigbaar. Dit brengt ons op een maximum van 22,5% auteursvergoeding ten opzichte van de financiële enveloppe.
Het is toegestaan het bestaand brutoloon te verlagen en zo een deel ervan te vervangen door auteursvergoeding.
Het systeem is ook niet retroactief toepasbaar.
Praktisch
Alles gaat hem over volgende clausule in de arbeidsovereenkomst:
"Alle realisaties, creaties of ontwerpen van welke aard ook gerealiseerd in het kader van de arbeidsovereenkomst en van de opgelegde taak, komen zonder beperking toe aan de Werkgever. De Bediende draagt uitdrukkelijk alle rechten m.b.t. deze realisaties, creaties of ontwerpen geheel over aan de Werkgever. De Werkgever beslist dan ook autonoom en onbeperkt over de reproductie, exploitatie en iedere vorm van aanwending."
Hierin zit eigenlijk vervat dat alle personeelsleden de intellectuele eigendom die ze genereren overdragen zonder daar apart vergoed voor te worden. De enige vergoeding is het brutoloon.
We maken een nieuw addendum Auteursvergoeding aan de arbeidsovereenkomst. Het addendum houdt in dat deze clausule wordt overschreven door een overeenkomst waarin tegenover de overdracht van auteursrechten een vergoeding wordt geplaatst.
FAQ
Welke functies komen in aanmerking?
Per februari 2021:
- Web & Mobile Developer
- UI/UX Designer
Opmerking over jobstudenten: bij Codifly worden Jobstudenten uitgesloten bij deze regeling. Dit sluit aan bij de rulingpraktijk. Jobstudenten zijn immers niet diegenen die rechtstreeks auteursrechtelijk beschermde werken creëren voor de vennootschap, omdat zij onder andere onder duidelijke instructies en controle van de vaste werknemers zullen werken. Overigens valt vanwege het (para)fiscaal interessante regime voor het loon van jobstudenten hun klassiek loon doorgaans lager uit dan dat van een auteursvergoeding.
Welke percentages hanteert Codifly?
Percentage wordt bepaald op basis van de ancienniteit, zijnde de eerdere relevante ervaring en de ervaring bij Codifly. Codifly werkt de informatie 2 keer per jaar bij, tijdens de loonberekeningen van januari en juli.
| 0 jaar | vanaf 2 jaar | vanaf 3 jaar | |
|---|---|---|---|
| IT | 12,50% | 17,50% | 22,50% |
| Grafisch | 10,00% | 15,00% | 20,00% |
Wat met mijn pensioen?
Op auteursvergoedingen worden sociale lasten betaald, bijgevolg tellen de vergoedingen mee bij de pensioenopbouw.
Wat met mijn eindejaarspremie en dubbel vakantiegeld?
Hier kunnen bedrijven kiezen. Codifly heeft ervoor gekozen zowel het (enkel en dubbel) vakantiegeld als de eindejaarspremie mee in rekening te brengen bij bepaling van de vergoeding voor de afstand van auteursrechten.
Meer concreet worden volgende looonelementen in rekening genomen voor de bepaling van de vergoeding voor de afstand van auteursrechten:
- Code 1010 – 10A9: de gewerkte dagen;
- Code 1120 – 1219: ziekte bedienden, arbeidsongeval bedienden en arbeiders, beroepsopleidingen;
- Code 1230 – 1290 + code 1300 - 1389: educatief verlof, klein verlet, betaalde feestdag, syndicale verplichtingen;
- Code 1410 – 1499: inhaalrustdagen, sollicitatieverlof, compensatie overuren;
- Code 10C0 – 10C9, code 10E0 – 10E9, code 10G0 – 10G9: te recupereren meeruren, uitbetaalde meeruren;
- Code 12A0 – 12E9: de nabetaalde feestdag, niet-opgenomen sectorale verlofdag, niet- opgenomen anciënniteitsverlof, niet-opgenomen ADV-dag, niet-opgenomen wettelijke vakantiedagen;
- Code 1700 – 1789, code 17A0 – 17J9: de premie per betaalperiode + EVG variabel loon;
- Code 2020 – 2021: het aanvullend vakantiegeld;
- Code 2300 – 2306: het dubbel vakantiegeld;
- Code 2390 – 2399: het dubbel vakantiegeld op veranderlijke wedde;
- Code 1980 – 1980 (tenzij KEJP): de eindejaarspremie.